Wat de wet zegt
Uit het begrotingsakkoord komt een algemene verplichting: vanaf 1 januari 2027 zou elke werkgever de dagelijkse arbeidstijd van elke werknemer moeten registreren in een systeem dat objectief, betrouwbaar en toegankelijk is. Het idee komt rechtstreeks uit de Europese arbeidstijdrichtlijn en de rechtspraak van het Hof van Justitie erover: werknemers moeten kunnen aantonen hoeveel ze werkten. België is een van de laatste lidstaten die dat nog niet in wetgeving omzette.
Voor wie geldt het?
Voor alle ondernemingen in de private én publieke sector — groot en klein. Er is op dit moment geen drempel die kleine horecazaken vrijstelt. Of je nu drie of dertig mensen hebt: je zal hun gewerkte uren moeten kunnen voorleggen. Wie op 1 januari nog geen systeem heeft, zou een overgangsperiode krijgen tot het einde van het eerste kwartaal van 2027.
Welke systemen mogen?
Je bent vrij in de methode, zolang ze objectief, betrouwbaar en toegankelijk is. Dat kan een digitale prikklok zijn, een badge, een app op de telefoon, of software waarin de gewerkte uren staan. Een papieren schrift dat in een lade verdwijnt voldoet wellicht niet aan “betrouwbaar en toegankelijk”; een digitale registratie die de werknemer ook kan inkijken, wel.
Eén punt waar je nu al rekening mee houdt: een systeem dat de uren gewoon uit het rooster afleidt, volstaat niet. Het gaat om de EFFECTIEF gewerkte uren. Een rooster zegt wat er gepland stond; de registratie moet zeggen wat er gebeurde. Dat verschil — de flexi die twee uur vroeger kwam, de keuken die een uur uitliep — is precies wat er geregistreerd moet worden.
De grote lijn (verplichting vanaf 2027, vrije keuze van systeem) staat in het regeerakkoord, maar de tekst moet nog door het parlement en de sancties bij niet-naleving zijn nog niet bekend. Reken er niet op dat “het wel zal meevallen”, en reken er evenmin op dat de datum nog een jaar opschuift. Je sociaal secretariaat volgt dit op de voet — Securex, SD Worx en Group S houden er elk een pagina over bij.
Waarom de horeca dit extra voelt
In de meeste sectoren werkt iedereen min of meer van negen tot vijf — registratie is daar bijna een formaliteit. In de horeca niet: shifts schuiven, mensen springen bij, een flexi komt twee uur eerder, een student gaat een uur vroeger weg. Net die onregelmatigheid maakt achteraf reconstrueren onmogelijk. Wie nu al per shift bijhoudt wie wanneer werkte, heeft straks weinig werk; wie het uit het hoofd of uit een groepschat haalt, wel.
Hoe je je nu al voorbereidt
- Zet je planning digitaal. Een rooster dat per medewerker en per dag de geplande uren bevat, is de helft van het werk — je weet al wie wanneer hoort te werken.
- Kies één plek waar de échte uren landen (begin- en einduur per shift), liefst gekoppeld aan datzelfde rooster, zodat planning en realiteit naast elkaar staan.
- Wacht niet tot december 2026. Een systeem dat een jaar meedraait vóór het moet, is ingeburgerd; eentje dat je in paniek invoert, niet.
Tijdsregistratie wordt geen extra last als je planning al digitaal is — het is gewoon het verschil tussen “gepland” en “effectief” bijhouden op dezelfde plek. De last zit in het uitstellen.
Het korte antwoord
Vanaf 1 januari 2027 zou elke werkgever de arbeidstijd moeten registreren, met een vrij te kiezen maar betrouwbaar systeem, en het moeten de effectief gewerkte uren zijn — niet de geplande. Voor de horeca is een digitaal rooster met een prikklok ernaast de logische zet. Begin er dit jaar al mee, zodat 2027 een non-event wordt.